Home » Ervaringen » Martha (sensorgebruiker)

MARTHA (GEBRUIKER)


Glucosesensor, koolhydraatarm eten en intensief sporten

 

“Langzaam trok de sluier op”

Na de zomer van 2012 heeft de geneeskunde studente Martha de Groot een HbA1c van 84 mmol/mol (9,8%)*. Met haar coschappen in het verschiet, weet ze dat dit anders moet. Ze vraagt een continue glucosesensor aan en gaat koolhydraatarm eten. Daarnaast intensiveert ze haar sportactiviteiten. En met resultaat. Haar HbA1c daalt naar 61 mmol/mol (7,7%) maar belangrijker, ze voelt zich veel beter. “Het is alsof de sluier is opgetrokken.”
Martha (24) heeft sinds haar dertiende diabetes type 1. “Ik wil mijn leven niet door diabetes laten beheersen, maar realiseer me wel dat ik me ermee bezig moet houden. Doe ik dat niet, dan gaat het niet goed. Voordat ik geneeskunde ging studeren liep mijn HbA1c wel eens op tot 91 (10,5). Met zo’n instelling kan ik niet tegen patiënten zeggen dat ze op hun eten en suikers moeten gaan letten. Ik wilde actiever worden en mijn levensstijl beteren. De overstap op de insulinepomp was drie jaar geleden mijn eerste stap. Sindsdien gaat het sporten veel makkelijker er ben ik flexibeler geworden.“

Pieken en dalen

Ondanks alle inspanningen, lukt het Martha niet om structureel betere glucosewaarden te krijgen. “Ik was veel bezig met mijn suikers, maar ik hield onverklaarbare dalen en pieken. Ik vroeg me af waar die vandaan kwamen. Dan werd ik ’s nachts wakker met een waarde van 16. In het ziekenhuis dachten ze dat dit misschien een reactie was op het doormaken van een hypo eerder in de nacht.”

Sensor aanvragen

September vorig jaar besluit Martha een glucosesensor aan te vragen bij het ziekenhuis waar ze onder behandeling is. “Mijn HbA1c was 84 (9,8). Met de bloedglucosemeter had ik meestal waarden rond de 5 en 7, maar ik had ook uitschieters van 18. Door mijn hoge HbA1c kwam ik in aanmerking voor een sensor en kon deze aanvragen. In januari kreeg ik groen licht en sinds maart gebruik ik hem.” Een zorginstelling krijgt een aantal sensoren, die ze kunnen inzetten bij hun patiënten. In principe krijgt iemand hem voor een half jaar.

Anticiperen

“Met de sensor ontdekte ik al snel dat ik ’s nachts geen hypo’s doormaakte, maar dat mijn glucosewaarden vooral piekten nadat ik had gesport. Dat is precies het tegenovergestelde van wat je zou verwachten, maar bij mij gebeurt het echt. Ik heb geprobeerd dit te ondervangen door na het sporten minder te eten, maar ook dan blijven de waarden stijgen. Omdat ik met de sensor constant zicht heb op mijn bloedglucosewaarde en bovendien kan zien of de waarden aan het dalen of stijgen zijn, kan ik hierop anticiperen door wat extra insuline toe te dienen na het sporten. De waarde die de sensor aangeeft loopt maximaal twintig minuten achter op de werkelijke waarde, maar omdat je ziet of deze aan het dalen of het stijgen is, geeft dit een goede indicatie.”

Donker bos

Hoewel Martha weet hoe haar lichaam op sport reageert, blijft het verloop van haar glucosewaarden onvoorspelbaar. “Als ik ga fietsen maak ik vaak een rondje van Leiden, Noordwijk naar Wassenaar en weer terug. Dat is ongeveer 45 kilometer. Doe ik dat om 10.00 uur ’s ochtends dan heeft dat een ander effect op mijn glucosewaarden, dan wanneer ik hetzelfde rondje fiets om 20.00 uur ’s avonds. Met de sensor ondervang je dit. Dat lukt met de meter niet. Ik vergelijk het weleens met een donker bos. Als je meet, heb je even een lichtflits en daar stuur je dan op. Met de sensor is het bos constant schemerig en heb je de hele tijd een beeld van je waarden.”

Diabetes Classic

In juni 2013 fietst Martha de Diabetes Classic van Martijn Verschoor samen met haar vader en neef. ”Ik had dit goed voorbereid en heb de hele rit, ongeveer honderd kilometer, gefietst met waarden tussen de 4 en 8. Daar was ik heel blij mee. Tijdens het fietsen had ik de basaalstand van mijn pomp op 40% gezet en later op 10%. Vlak voor de finish heb ik ‘m op 250% gezet. Wat later heb ik nog een extra bolus van 5 eenheden gegeven. Dit is goed gegaan.”

Sporten helpt

Nu lijkt het alsof sporten de diabetes van Martha ontregelt, maar het tegendeel is waar. “Het bloedglucose verlagende effect van sporten merk ik vooral de volgende dag. Dan heb ik minder insuline nodig. Als ik een week niet sport gaat het minder met mijn suikers. Dus sporten helpt bij het onder controle houden van mijn glucosewaarden.”

‘Diabetes Solution’

Naast de glucosesensor heeft Martha afgelopen jaar nog een andere belangrijke stap gezet wat haar diabetes betreft. “Door een vriendin van mij die het paleo-dieet volgde, stuitte ik op het boek ‘Diabetes Solution’ van Dr. R. Bernstein. Deze arts beschrijft het effect van koolhydraten op je glucosewaarden en wat er gebeurt als je de koolhydraatinname drastisch vermindert. Ik ben hier in november 2012 mee aan de slag gegaan en sindsdien kan ik mijn diabetes veel makkelijker reguleren. Ik beperk mijn koolhydraten** zoveel mogelijk en eet verhoudingsgewijs meer eiwitten en vet. Eiwitten en vetten geven je lang een verzadigd gevoel. Ik ontbijt bijvoorbeeld vaak met twee gebakken eieren en wat spek. Dan sudderen mijn suikers tot de lunch heel rustig door.”

Koolhydraatarm

Vooral de eerste weken koolhydraatarm eten vond Martha moeilijk. Ze had vaak honger. “Daarna ging het makkelijker. Ik eet gedurende de dag wat eieren, een bak yoghurt of wat nootjes. Daarmee kom ik aan mijn calorie-intake, maar het effect op mijn glucosewaarden is totaal anders dan met aardappelen, rijst en pasta als basis van de voeding. Om niet te vaak in de verleiding te komen, heb ik vrijwel geen producten meer in huis met suikers. Als ik dan trek heb, neem ik wat nootjes en/of yoghurt. Ik heb wel een siroop om hypo’s mee op te vangen, mocht dit nodig zijn. Overigens eet ik nog wel gewoon pasta als ik bijvoorbeeld bij vrienden ga eten, maar als ik het zelf kan bepalen laat ik de koolhydraten zoveel mogelijk achterwege. Het is even aanpassen, maar het helpt om de glucosewaarden in toom te houden. Als je diabetes op deze manier benadert, wordt het een stuk makkelijker en rustiger.”

Stress en emoties

 
Met de sensor, regelmatig sporten en koolhydraatarm eten, heeft Martha veel meer grip op haar diabetes gekregen. Helaas gooien stress en emoties nog wel eens roet in het eten. “Emoties en stress kun je niet zelf bepalen, maar ze hebben wel veel invloed op je suikers. Met de sensor heb ik mezelf erg strak ingesteld. Onder de 4,4 en boven de 9 krijg ik een signaal. Meestal gaat dit goed en schommel ik de hele dag rond de 6,6. Maar als ik een dag heb met veel emoties, lukt dat me niet. Een eerste werkdag, een presentatie, een hele zieke patiënt op de afdeling, dat zie ik direct terug in mijn glucosewaarden. Als ik veel stress voel, ga ik sporten. Daar word ik rustig van. Dan kan ik beter relativeren en weet ik dat ik de volgende dag weer opnieuw kan beginnen.”

Insulinebehoefte gehalveerd

Door deze wijzigingen in haar leven is de insulinebehoefte van Martha bijna gehalveerd. “Vorig jaar na de zomer gebruikte ik rond de 60 eenheden insuline per dag, nu nog ongeveer 37. Voor de basaalstand heb ik 30 eenheden nodig en dan voor de drie maaltijden in totaal ongeveer 7 eenheden. Omdat mijn glucosewaarden veel minder schommelen, kan ik me ook veel beter concentreren en focussen. Het is alsof er een sluier is opgetrokken.”

Paradoxaal

Martha kreeg de sensor toegewezen voor een half jaar. Het is niet duidelijk wat er gebeurt als deze periode is afgelopen. Haar HbA1c is momenteel 61 (7,7%) en dat is geen indicatie meer voor een glucosesensor. Dat komt omdat het gebruik van een sensor erg kostbaar is en alleen in bijzondere situaties wordt vergoed. “Als ik de sensor weer kwijtraakt, heb ik veel geleerd van dit afgelopen half jaar. Maar het zal ook weer het ‘black box gevoel’ geven. Daar zie ik wel tegenop. Maar dat is het paradoxale: zodra je goed bent ingesteld, kom je niet meer in aanmerking voor een sensor.”


*In 2011 is wereldwijd overgegaan op een universele HbA1c-waarde. De nieuwe waarde wordt weergegeven in mmol/mol, de oude in %. Zoek op internet, in de app store of android market naar een HbA1c-converter om eenvoudig om te rekenen
**Koolhydraatarm eten heeft veel invloed op de bloedglucosewaarden. Hierdoor kan de insulinebehoefte veranderen. Mensen die overwegen koolhydraatarm te gaan eten, moeten dit altijd doen in overleg met hun behandelaar

 

Stel uw vragen aan:

De ervaringsdeskundige.


Marco is 43 jaar, getrouwd en heeft 3 kinderen. Hij werkt als internationaal wedstrijd nagelstylist.
In 2012 is diabetes type 1 vastgesteld. In 2013 kreeg hij een sensor en daarna een insuline pomp.

De medisch deskundigen.


Jacqueline Putker is vanaf 1984 werkzaam in de diabeteszorg. Eerst als groepsleidster, daarna als diabetesverpleegkundige in diverse ziekenhuizen, als auteur van columns en artikelen voor het tijdschrift Diabetes&Leven en als docent en (gast)spreker voor diverse opleidingen. In 2009 verscheen haar boek "diabetes, een rugzak voor het leven". Na een opleiding tot coach (2013) is het haar wens zich als diabetescoach te specialiseren.
 

Bela Pagrach is diabetes verpleegkundige sinds 1998 zowel in de eerste als in de tweede lijn. Sinds 2001 in Ziekenhuis Amstelland, sinds 2007 bij SALT in Zaandam. Haar werkzaamheden binnen de diabetes polikliniek bestaan uit de diabeteszorg voor volwassen , kinderen en zwangeren. Daarbij is ze gespecialiseerd in de diabetische voet, zowel screening en wondbehandeling. Ook verzorgt ze diabetes gerelateerde scholingen en workshops.


John Kölker is sinds 1988 werkzaam in het ziekenhuis en sinds 2003 in de zorg rondom het chronisch zieke kind. De kinderdiabeteszorg is naast astma zorg en obesitas het belangrijkste speerpunt. Dagelijks houdt hij zich bezig met alles rondom sensortherapie bij kinderen en verzorgt hij scholing/training omtrent pomp en sensortherapie bij kinderen. Tevens is hij reeds jaren actief als vrijwilliger bij de Bas van de Goor foundation waar hij sportactiviteiten en sportkampen begeleid bij kinderen met diabetes.
 
Voor het stellen van uw vraag klik hier