Home » Kinderen » Ingrid (moeder van Lynn)

INGRID (MOEDER VAN LYNN)


‘De sensor maakt de zorg voor Lynn een stuk makkelijker’


Lynn was twee jaar toen zij de diagnose diabetes kreeg. Nu is ze een vrolijk meisje van net vijf. Dat ze een insulinepompje met sensor draagt, zit haar niet weg. En haar ouders, oppasoma’s en -opa’s, de juf op school en de leiding van de BSO vinden het met de sensor een stuk makkelijker; nu weten zij de hele dag door wat de bloedglucose van Lynn is en kunnen actie ondernemen als dat nodig is.
 

Lynn gebruikt sinds twee jaar de sensor en moeder Ingrid is daar heel blij mee. “De sensor maakt het veel gemakkelijker om haar bloedsuiker onder controle te houden. Vaak zonder dat Lynn het in de gaten heeft. Als we gezellig samen op de bank televisie kijken, kan ik ongemerkt zien hoe ze zit. Op zo’n moment zou ik haar geen vingerprik willen geven in die kleine vingertjes; ze moet ook gewoon lekker kind kunnen zijn. Voordat Lynn de sensor had prikten we haar best veel omdat ze nogal wat schommelende bloedglucosewaarden had, zo’n elf, twaalf keer per dag. En nog hadden we geen goed zicht op haar bloedglucosewaarden! Ik vind dit echt een verademing.”

Pieken eruit

Na het eten stijgt Lynn snel door de koolhydraten, maar daarna daalt ze ook weer heel snel. De sensor heeft haar ouders meer inzicht gegeven in die schommelingen; ze hebben nu de basaalstand en de koolhydraatratio zo op elkaar afgestemd dat de pieken eruit zijn. Ook in de nacht vinden zij de sensor een uitkomst. Ingrid: “Voorheen prikten we Lynn rond half elf en vaak nog een keer in de nacht. Nu kijken we op de sensor als we gaan slapen; het is heerlijk dat we zonder vingerprik weten of ze goed zit. Zeker als we pannenkoeken of frietjes hebben gegeten is het heel prettig dat we zonder dat zij het merkt even kunnen kijken en bij kunnen bolussen als ze blijft stijgen. Dankzij de functie op de pomp ‘Lage glucose: stoppen’ (LGS) hoef ik ook niet bang te zijn voor hypo’s en kan ik met een geruster gevoel slapen.”

Wennen

 
In het begin moesten de ouders van Lynn wennen aan de sensor. Net als veel mensen reageerden zij soms te snel op de pijlen op de sensor. “Als Lynn op 3.8 mmol/l zat, gaven we wat extra koolhydraten”, zegt Ingrid. “Nu weten we: als we geen twee pijlen naar beneden zien, zijn die koolhydraten niet nodig en is het voldoende om de pomp even stop te zetten. Na een uur zien we de waarde weer stijgen. Dit voorkomt onnodig koolhydraten geven, en dat is veel gezonder.” Ook het kalibreren was even wennen. “Om de meest betrouwbare waarde te krijgen, kun je het beste kalibreren als er geen pijlen zichtbaar zijn. Dat doen we nu drie keer per dag en het gaat verbazingwekkend goed: de meter en de sensor geven bijna altijd dezelfde waarde weer.”

Geen last

Lynn zelf laat nooit merken dat ze de insulinepomp en de twee naalden in haar bovenbil vervelend vindt. Ze draagt de pomp in een klein rugzakje; dat lijkt haar niet in de weg te zitten. Ingrid: “De sensor verwisselen we op zondag en die laten we zitten tot zaterdag. Eén dagje heeft Lynn dan geen sensor. Maar dat maakt niet veel verschil; Lynn lijkt er helemaal geen last van te hebben. Direct na het inschieten van de naald wil ze even niet zitten, maar kort daarna gaat ze lekker spelen.”

Veel makkelijker

De sensor betekent een verlichting van de taken voor de ouders, maar ook voor de juf op school en familie en vrienden. Ingrid: “Als Lynn in de klas steeds een vingerprik zou moeten doen, is dat een behoorlijke belasting. Nu kijkt de juf op de pomp, dat is zoveel makkelijker. Ik heb duidelijke instructies gegeven wat school moet doen bij een lage of hoge bloedglucosewaarde; meestal gaat dat goed. Ook op sociaal gebied vind ik het heel prettig. Ik wil de moeder van een vriendinnetje niet vragen te prikken, maar ze kan wel op de pomp kijken en iets bijbolussen als dat nodig is. De afsprakenlijst voor school heeft die moeder nu ook. Lynn kan daardoor veel makkelijker ergens anders spelen. Het geeft ons verlichting en rust, maar de omgeving ook.”

 

Stel uw vragen aan:

De ervaringsdeskundige.


Marco is 43 jaar, getrouwd en heeft 3 kinderen. Hij werkt als internationaal wedstrijd nagelstylist.
In 2012 is diabetes type 1 vastgesteld. In 2013 kreeg hij een sensor en daarna een insuline pomp.

De medisch deskundigen.


Jacqueline Putker is vanaf 1984 werkzaam in de diabeteszorg. Eerst als groepsleidster, daarna als diabetesverpleegkundige in diverse ziekenhuizen, als auteur van columns en artikelen voor het tijdschrift Diabetes&Leven en als docent en (gast)spreker voor diverse opleidingen. In 2009 verscheen haar boek "diabetes, een rugzak voor het leven". Na een opleiding tot coach (2013) is het haar wens zich als diabetescoach te specialiseren.
 

Bela Pagrach is diabetes verpleegkundige sinds 1998 zowel in de eerste als in de tweede lijn. Sinds 2001 in Ziekenhuis Amstelland, sinds 2007 bij SALT in Zaandam. Haar werkzaamheden binnen de diabetes polikliniek bestaan uit de diabeteszorg voor volwassen , kinderen en zwangeren. Daarbij is ze gespecialiseerd in de diabetische voet, zowel screening en wondbehandeling. Ook verzorgt ze diabetes gerelateerde scholingen en workshops.


John Kölker is sinds 1988 werkzaam in het ziekenhuis en sinds 2003 in de zorg rondom het chronisch zieke kind. De kinderdiabeteszorg is naast astma zorg en obesitas het belangrijkste speerpunt. Dagelijks houdt hij zich bezig met alles rondom sensortherapie bij kinderen en verzorgt hij scholing/training omtrent pomp en sensortherapie bij kinderen. Tevens is hij reeds jaren actief als vrijwilliger bij de Bas van de Goor foundation waar hij sportactiviteiten en sportkampen begeleid bij kinderen met diabetes.
 
Voor het stellen van uw vraag klik hier