DANKZIJ DE SENSOR HEBBEN WE ONS KIND WEER TERUG


Mathé van Arkel (12) gebruikt een glucosesensor. Zijn ouders en hijzelf zijn hier erg enthousiast over. Ze anticiperen handig op de trendpijltjes omhoog of omlaag waardoor de bloedsuikerwaarden van Mathé veel beter onder controle blijven. Zijn moeder Trudi zegt: “Van een onzeker kind is hij veranderd in een bijdehante, ondernemende knul. We hebben ons kind weer terug.”

Mathé kreeg in 2008 de diagnose type 1 diabetes en gebruikt sinds 4,5 jaar een insulinepomp (Accu Chek Spirit Combo). Het gezin woont op een schapenboerderij en leidt een geregeld leven met vaste eetmomenten en bedtijden. Ondanks deze structuur schommelden zijn waarden sterk.
Trudi: “Dan belde hij van school dat hij zich niet lekker voelde. Zijn bloedsuiker was 6.8 mmol/l. Prima, dacht ik. Hup, gewoon aan het werk. Even later ging de telefoon opnieuw: hij zat op 6.2 mmol/l maar voelde zich echt niet lekker. Tien minuten later belde hij weer; in heel korte tijd was zijn waarde gedaald tot 2.8 mmol/l, onverklaarbaar! En dat gebeurde vaak. Zijn bloedsuiker kon plotseling sterk dalen, maar ook stijgen. Dit soort telefoontjes kreeg ik zeker drie keer per dag. Zijn HbA1c was prima, maar de weg er naartoe niet! Op school was Mathé wel aanwezig, maar kon door de sterk schommelende waarden vaak de opdrachten niet doen. Hij hield het gewoonweg niet vol, de grote schommelingen maakten hem onzeker en hij had weinig energie.”

Veel meer energie

Hoe anders is het sinds Mathé de continue glucosesensor gebruikt. Mathé draagt de Dexcom sensor op zijn bovenarm, met een zweetbandje er omheen. Dit geeft extra bescherming tegen vallen of stoten. Trudi: “Een sensor maakt diabetes niet zaligmakend, het blijft 24/7 hard werken, maar het geeft inzicht en haalt de scherpe kantjes er vanaf. Nu zien we het verloop van de waarden en weten daarop te anticiperen. Als Mathé op 6.8 mmol/l zit, lijkt het goed. Als je twee trendpijlen naar beneden of naar boven ziet, zul je toch iets moeten doen om te proberen een hypo of hyper te voorkomen. Voordat we de sensor hadden prikte Mathé elf keer per dag zijn bloedsuiker, nu vier keer per dag: voor de maaltijden en voor de nacht. Dan kunnen we gelijk de sensor kalibreren. Hij belt hooguit nog drie keer per week om te overleggen. En, hij heeft veel meer energie!”

Wanneer is een gluocosesensor zinvol bij een kind?

 

Stel uw vragen aan:

De ervaringsdeskundige.


Marco is 43 jaar, getrouwd en heeft 3 kinderen. Hij werkt als internationaal wedstrijd nagelstylist.
In 2012 is diabetes type 1 vastgesteld. In 2013 kreeg hij een sensor en daarna een insuline pomp.

De medisch deskundigen.


Jacqueline Putker is vanaf 1984 werkzaam in de diabeteszorg. Eerst als groepsleidster, daarna als diabetesverpleegkundige in diverse ziekenhuizen, als auteur van columns en artikelen voor het tijdschrift Diabetes&Leven en als docent en (gast)spreker voor diverse opleidingen. In 2009 verscheen haar boek "diabetes, een rugzak voor het leven". Na een opleiding tot coach (2013) is het haar wens zich als diabetescoach te specialiseren.
 

Bela Pagrach is diabetes verpleegkundige sinds 1998 zowel in de eerste als in de tweede lijn. Sinds 2001 in Ziekenhuis Amstelland, sinds 2007 bij SALT in Zaandam. Haar werkzaamheden binnen de diabetes polikliniek bestaan uit de diabeteszorg voor volwassen , kinderen en zwangeren. Daarbij is ze gespecialiseerd in de diabetische voet, zowel screening en wondbehandeling. Ook verzorgt ze diabetes gerelateerde scholingen en workshops.


John Kölker is sinds 1988 werkzaam in het ziekenhuis en sinds 2003 in de zorg rondom het chronisch zieke kind. De kinderdiabeteszorg is naast astma zorg en obesitas het belangrijkste speerpunt. Dagelijks houdt hij zich bezig met alles rondom sensortherapie bij kinderen en verzorgt hij scholing/training omtrent pomp en sensortherapie bij kinderen. Tevens is hij reeds jaren actief als vrijwilliger bij de Bas van de Goor foundation waar hij sportactiviteiten en sportkampen begeleid bij kinderen met diabetes.
 
Voor het stellen van uw vraag klik hier